Doen alsof

Wil je weten waarom je je vrolijker voelt als je dit stukje leest met een potlood tussen je tanden? Lees dan door – en als je aan theorie niet voldoende hebt: doe een potlood tussen je tanden. Een pen mag ook. Ik kom er op terug, maar eerst iets anders. Iets over meer geld, liefde, succes en charisma.

Zelfhulpboeken vertellen ons dat nagenoeg alles binnen handbereik ligt. Wil je miljonair worden? Denk als een miljonair, en je zult rijk worden. Niet zo tevreden met jezelf? Visualiseer de perfecte versie van jezelf. Lang genoeg alleen geweest? Denk elke dag een paar minuten aan hoe een leven met je ideale partner eruit zou zien.

Maar ja, positieve gedachten vasthouden is niet eenvoudig. Zeker niet als die enorme bankrekening, versie 2.0 van jezelf en die leuke partner zich niet direct aandienen. Daarnaast is het natuurlijk de vraag hoe rijk je echt wordt van denken als een miljonair? Volgens onderzoekers van de Universiteit van Californië (Simon, Pham, Le, Holyoak, 2001) kan dat nog wel eens vies tegenvallen. Zij verdeelden studenten in twee groepen. De helft werd gevraagd om zich elke dag een paar minuten in te beelden dat ze een goed cijfer voor hun tentamen zouden halen. Ook al duurde het inbeelden maar een paar minuten per dag, het gevolg was dat studenten minder hard studeerden en lagere cijfers haalden dan de groep die zich niets had ingebeeld. Dat geeft te denken.

Hoe word je dan wel gelukkiger, perfecter en succesvoller? Veel van ons denken dat het toch iets met een andere “mindset” te maken heeft. Hoewel gedachten inderdaad tot bepaald gedrag (en gevoel) leiden, is het omgekeerde ook waar; gedrag leidt óók tot een gevoel. Filosoof en psycholoog William James (1842-1910) was de eerste die de gevoel-gedrag volgorde omdraaide. Hij was daarmee wat vroeg in zijn tijd, en zijn ideeën zijn lange tijd in een bureaulaadje blijven liggen om niet opgemerkt te worden.

Gelukkig zijn de ideeën van James – een eeuw later – in talloze experimenten onderzocht. Dit heeft een schat aan effectieve interventies en oefeningen opgeleverd. Psycholoog Richard Wiseman noemt het tegenwoordig de ‘As if– theorie’. Doen alsof, want kunstmatig gedrag leidt tot echte gevoelens. Behandelingen voor depressie passen dit principe toe. Tijdens een depressie hebben mensen vaak nergens meer zin in, en ontbreekt het aan energie om dingen te doen. Effectieve behandelingen beginnen niet voor niets met het inplannen en uitvoeren van activiteiten.

Alsof-doen helpt op allerlei gebieden. Neem bijvoorbeeld zelfvertrouwen. Een sterke of dominante houding aannemen (voeten op je bureau, breed gaan staan, rug recht, handen in je zij, of armen over elkaar) geeft meteen een zelfverzekerder gevoel (Huang, Galinsky, Gruenfeld & Guillory, 2011). Een ander voorbeeld: door je spieren aan te spannen voel je je sterker, en dat zorgt voor meer wilskracht. Mensen die tijdens een dieet gevraagd wordt om hun vuisten te ballen als ze iets lekkers gepresenteerd krijgen, vallen meer af dan mensen die dat niet doen. (Ik voel me sterk, ik laat dat eten staan). (Hung & Labroo, 2011).

Nu terug naar ons potlood. Misschien begrijp je inmiddels de kracht van dat ding tussen je tanden. Een potlood tussen je tanden tovert een kunstmatige glimlach op je gezicht. Dat stimuleert je lachspieren en je hersenen maken er de bijbehorende geluksstofjes bij aan. Je lacht niet omdat je je blij voelt. Je voelt je blij, omdat je lacht.

Blog door Janneke Broeksteeg

Gedachten uitpluizen

Onze hersenen zijn fascinerend. We kunnen dingen bedenken die (nog) niet bestaan. Soms heb je zomaar een geniale ingeving. Vaker echter, produceren onze hersenen onzin. Losse flodders, automatische gedachten. Zaak dus om niet alles wat in ons opkomt serieus te nemen. Omdat je het denkt betekent immers niet dat het ‘waar’ is. In onderstaande video van de Vereniging voor Cognitieve Gedragstherapie wordt uitleg gegeven over gedachten.

Gedachten-Uitpluizen

Blog door Carolien Wijnker

Nerveus? Ik vind het retespannend, maar ik heb er ook zin in!

Als je zenuwachtig bent, omdat je rijexamen moet doen, gaat optreden, of een tentamen hebt, dan ben je waarschijnlijk geneigd om jezelf te kalmeren. Tenminste, dat is wat 90% van de mensen doet. Of we nou plankenkoorts, of faalangst hebben, we proberen het in de hand te houden met geruststellende gedachten. Want, rustig blijven in stressvolle situaties is belangrijk. “Keep Calm en Carry on” liet de Britse regering haar onderdanen via posters weten, net na het uitbreken van WOII. Houd je hoofd koel, dan functioneer je beter. Dat denken we tenminste.

Allison Wood Brooks, assistent professor aan de Harvard Business School, laat met haar onderzoek precies het tegenovergestelde zien. Mensen die voor publiek moesten speechen deden dat aanzienlijk slechter als ze zichzelf tot kalmte proberen te manen. Als ze daarentegen tegen zichzelf zeiden: “Ik vind het spannend, maar ik heb er zin in”, spraken ze overtuigender, en waren ze vasthoudender en competenter. Bovendien duurden hun speeches langer (misschien wel omdat ze er meer lol in hadden). Een wiskundetest laat iets vergelijkbaars zien. Proefpersonen die met alle macht het hoofd koel hielden (“ Ik ben rustig, ik kan het, er is niets aan de hand, het komt goed”) maakten 8% meer fouten.

Een onderzoek onder professionele boksers laat ook zien dat woordgebruik voorspellend is voor toekomstige prestaties. Boksers die voor een wedstrijd tegen zichzelf zeiden: “Ik ben fit, ik heb er zin in” wonnen significant vaker.

Eerdere studies hebben aangetoond dat emoties anders interpreteren effectiever is, dan het onderdrukken ervan. Met onderdrukken bedoel ik dat iemand een gevoel verbergt voor anderen (of zichzelf). Emoties hebben net als gedachten de paradoxale neiging sterker terug te komen als je ze probeert te negeren. Vloeken bij de christelijke ouders van je nieuwe vriendin, de slappe lach in een doodstille collegezaal; wat je perse niet wilt, gebeurt juist. Oorspronkelijk een idee van Dostojewski, is het beroemde witte beren-experiment van Daniel Wegner, waarmee hij laat zien dat je niet ergens niet aan kunt denken, zonder eraan te denken.

Een andere interpretatie geven aan een gevoel, werkt dus stukken beter dan negeren. De nieuwe interpretatie moet wel congruent zijn met de emotie die je voelt. Net zoals jezelf tot kalmte manen niet rustiger maakt, word je niet vrolijker van alleen positiever denken, al doet de zelfhulpindustrie ons dat maar al te graag geloven. Als je hebt besloten om positiever te denken, ga je jezelf -oh paradox- voortdurend controleren op negatieve gedachten. Die mag je namelijk niet meer hebben, waar dat toe leidt laat zich makkelijk raden.

“Iets spannend vinden” geeft ongeveer vergelijkbare lichamelijke reacties als “ergens bang voor zijn”. Tegen jezelf zeggen dat je iets spannend of uitdagend vindt in plaats van doodeng, is meer dan andere woorden geven aan een lichamelijk gevoel van spanning. Een nieuwe interpretatie verandert je perspectief op de situatie. Als je je angstig voelt, dan richt je je vooral op wat er allemaal mis kan gaan en zie je voornamelijk hoe slecht het af kan lopen (“Ik kom vast niet uit mijn woorden, mensen zullen zien dat ik zenuwachtig ben”). Wanneer iets een uitdaging is, zie je vooral positieve uitkomsten en Allison Brooks laat zien dat ook prestaties daardoor verbeteren.

Oh ja, het helpt wel als je gelooft wat je tegen jezelf zegt: Tsjakka, Emile!!!

Blog door Janneke Broeksteeg

Gedachten lezen: het beste recept voor misverstanden

Niemand kan gedachten lezen, toch denkt bijna iedereen dat ‘ie het kan. Logisch ook, in de omgang met anderen worden we gedwongen elkaars gedrag te interpreteren. Daarbij komen we al snel tot verschillende conclusies. “Oh hij gaapt, hij vindt me vast saai.” versus ”Oh hij gaapt, zo te zien heeft hij weer slecht geslapen.” Uit beleefdheid hebben we geleerd er verder maar niet naar te vragen. Aldus gaan we door het leven met allerlei vermoedens en vooroordelen die nooit gecheckt worden.

Gedachten lezen is eigenlijk een vorm van te snel conclusies trekken. Het is een projectie van je eigen ideeën, en zoals je wel aanvoelt, die stroken lang niet altijd met de werkelijkheid. Heel vaak hebben gedachten over hoe een ander zich voelt meer met jezelf te maken, dan met de ander.

Een voorbeeld uit eigen leven. Ik overdrijf niet als ik zeg dat mijn haar door de kapper ooit in plaats van koperkleurig, Pippi Langkous-oranje werd geverfd. De kapper deed alsof er niets aan de hand was, ik wist wel beter. Ik haastte mij de kapperszaak uit richting huis. Bij iedereen die mij op straat iets te lang aankeek vermoedde ik dat ze iets dachten als: “Ai, Pipo de Clown is uit de tv ontsnapt.” Of “ Het EK voetbal is toch allang voorbij?” En ga zo maar door.

Ik was ongelukkig met mijn nieuwe haar, en dacht aan anderen te merken dat het me voor geen meter stond. Om echt te weten wat iemand denkt moet je het vragen. Of die voorbijgangers nou perplex waren door mijn lichtgevende haar of niet, ik zal het nooit weten. Ik heb het niet gevraagd en ik heb eenmaal thuis mijn feloranje haar weer een tintje donkerder gemaakt.

Er is nog een reden om minder diep in je glazen bol te kijken. Als je er zomaar vanuit gaat dat jouw interpretatie van wat iemand denkt klopt, dan kun je “bad vibes” veroorzaken die er in eerste instantie niet waren. Want wie is er nou niet eens chagrijnig geworden van de opmerking: ‘Waarom ben jij zo chagrijnig?”

Hier vind je meer over blinde vlekken en denkfouten.

Blog door Janneke Broeksteeg

Kunst op deze website

Het Metropolitan Museum in New York heeft zijn gehele colectie online ter beschikking gesteld onder Creative Commons License, wat zoveel wil zeggen als, gratis te gebruiken zolang je er maar geen geld aan verdient. 444.000 schilderijen, tekeningen, beeldhouwwerken, boeken en nog veel meer. Prachtig materiaal waarmee wij onze website hebben gedecoreerd. Bent u benieuwd van wie deze prachtige werken zijn? Ere wie ere toekomt: de kunstenaars vindt u hieronder:

  • Angsten, overmatig piekeren en uitstelgedrag: The Scream. Edvard Munch (Norwegian, Løten 1863–1944 Ekely).
  • Somberheid en depressieve klachten: Wisconsin Landscape. John Steuart Curry (American, Dunavant, Kansas 1897–1946 Madison, Wisconsin).
  • Burnout en overmatige stress: Vincent van Gogh – Wheat Field with Cypresses – 1889.
  • Schokkende ervaringen, trauma en verlies: The House with the Cracked Walls. Paul Cézanne (French, Aix-en-Provence 1839–1906 Aix-en-Provence).
  • Eetproblemen: Dish of Apples. Paul Cézanne (French, Aix-en-Provence 1839–1906 Aix-en-Provence).
  • Verslavingen: Still Life with Grapes. Carducius Plantagenet Ream (1838–1917).
  • Relatie- en gezinsproblemen: Love. Paul-Albert Besnard (French, Paris 1849–1934 Paris).
  • Problemen n.a.v. migratie (o.a. heimwee, multiculturele relatieproblemen): The Road from Versailles to Louveciennes. Alfred Sisley (British, Paris 1839–1899 Moret-sur-Loing).

Artikelen:

  • Als twijfel de liefde bedreigd: Improvisation 27 (Garden of Love II). Vasily Kandinsky (French (born Russia), Moscow 1866–1944 Neuilly-sur-Seine).
  • Bindingsangst: Clasped Hands of Robert and Elizabeth Barrett Browning. Harriet Goodhue Hosmer (1830–1908).
  • Communicatie kun je leren: Talking it over. Enoch Wood Perry (1831–1915).
  • De ex die niet exit gaat: Tartar Officer with Blonde Lady. Unidentified Artist.
  • De psychologie van veranderen: Inkstand with A Madman Distilling His Brains.
  • Gedachten lezen: The Fortune Teller. Georges de La Tour (French, Vic-sur-Seille 1593–1653 Lunéville).
  • Klaagverslaafd: Ochanomizu in the Rain. Utagawa Kuniyoshi (Japanese, 1797–1861).
  • Kunst op deze website: The Harvesters. Pieter Bruegel the Elder (Netherlandish, Breda (?) ca. 1525–1569 Brussels).
  • Nerveus? The Singer in Green. Edgar Degas (French, Paris 1834–1917 Paris).
  • Piekeren versus rumineren: L’Arlésienne: Madame Joseph-Michel Ginoux (Marie Julien, 1848–1911). Vincent van Gogh.
  • Ruzie maken heilzaam mits.. The Angry Wife. Jean-Baptiste Greuze (French, Tournus 1725–1805 Paris).
  • Verslaafd aan piekeren: The Thinker: Portrait of Louis N. Kenton. Thomas Eakins (American, Philadelphia, Pennsylvania 1844–1916 Philadelphia, Pennsylvania).

Klaagverslaafd

Klagen op zich is een gezonde uiting van ongenoegen en vaak schept het een band als je bij iemand je ei kwijt kunt. Maar als het een gewoonte wordt…

“Tja ach,” zegt de boekhoudster tijdens de koffiepauze, “het is ook altijd hetzelfde.” Ze steekt een sigaret op. De kersverse collega kijkt haar ondertussen afwachtend aan. De andere collega’s reageren niet. Die weten allang dat er nu klagerige monoloog komt, over iets onbenulligs dat ze al eerder hebben moeten aanhoren. Haar ‘totaal ongeschikte accountmanager waar zij de dupe van is’ komt weer ‘s aan bod. Om betrokkenheid bij haar toehoorder te scheppen, bezigt ze in elke zin heftigheden als ‘altijd ik’, ‘vreselijk’, ‘totaal stijlloos’. Slechts beleefd meeknikkend realiseert de nieuweling zich dat dit verlammende ritueel zich dagelijks zal herhalen totdat hij onbeleefd genoeg durft te zijn haar te negeren. Of totdat zij een nieuw slachtoffer ontmoet. Terwijl hij dit bedenkt, ratelt de monotone stem rustig door. Andere collega’s zijn allang weer aan het werk.

Een indirecte roep om aandacht
De ‘chronische klager’ klaagt uit gewoonte. Het is een normale en dagelijkse manier van communiceren geworden, waarin vooral de beperkingen en fouten van anderen, de maatschappij of zichzelf ritueel worden bezongen. Het doel is niet een oplossing vinden voor de bron van het geklaag, maar indirect aandacht krijgen voor het ‘onrecht’ wat de klager is aangedaan. Een notoire ex-klager: “De meeste adviezen van toehoorders sloeg ik keer op keer in de wind en om mijn verhaal te blijven doen zocht ik steeds weer frisse slachtoffers. Het ging me echt om aandacht.” Veel klagers zijn sociale dieren en weten hoe ze in korte tijd een persoonlijke band kunnen creëren. Bij nader inzien is die band erg oppervlakkig en zal het geen lang leven beschoren zijn. Omdat chronisch klagen een onbewust en automatisch proces is hebben deze klagers vaak niet door wat het verlammende effect van hun monoloog op toehoorders is. Energiezuigers worden ze ook genoemd. Als toehoorders hen vermijden of veroordelend toespreken is de kans groot dat de toehoorders zelf het subject van de volgende klaagzang worden. Deze ongelukkige verslaving naar aandacht creëert een vicieuze cirkel waarin echte problemen onopgelost blijven en alleen klagen nog wat ontsnapping lijkt te bieden uit de ellende.

Klaag en de zegeningen des levens zullen aan u voorbij gaan
Is klagen dan echt all bad. Natuurlijk niet. Af en toe de frustratie van je af klagen voordat je weer doorgaat tot de orde van de dag is heel gezond. Dat is iets anders.
Het grote probleem van de klaagjunk zit hem erin dat zijn klagen automatisch en onbewust is. Hij is zich niet bewust dat het hem eigenlijk niet om de inhoud van zijn klacht te doen is, maar dat hij op een niet-rechtstreekse manier aan de toehoorder vraagt om aandacht voor hem te hebben. Net zoals een niet-klager een ander op de man af vraagt om samen iets leuks te doen, zo begint de klager een meelijwekkend verhaal. Klagen is een gebrekkige en onbewuste poging om intimiteit en diepgang met anderen te creëren. Een poging die natuurlijk averechts werkt. Want mensen die betere dingen te doen hebben dan luisteren naar een monoloog zullen steeds vaker met een boogje om je heen lopen. Erg goed dus om iets aan het geklaag te doen.

Meestal is dit pijnlijke inzicht alleen al genoeg. Een ex-klaagverslaafde over haar omslagpunt: “Mijn vriend, die helemaal doldwaas werd van mijn geklaag, vroeg me een keer totaal wanhopig: ‘Wat zou je met al die extra vrije tijd doen als je niet meer zou klagen? Wie ben je dan?’ Ik viel helemaal stil, kon hem gewoon geen antwoord geven. Zijn vraag liet me niet meer los en ik begon langzaam weer na te denken over oude wensen en dromen. Uiteindelijk heb ik een stappenplan gemaakt om weer verantwoordelijkheid over mijn leven te nemen en die dromen ook echt te realiseren. Nu heb ik geen tijd meer om te klagen.”

Stoppen met klagen
Hoewel zo’n realisatie als hierboven genoeg zou kunnen zijn om chronisch geklaag te beperken, is er in de praktijk meestal meer nodig. Want hoe breek je met zo’n diep ingesleten verslavende gewoonte? Het antwoord is waarschijnlijk makkelijker dan de uitvoering: door heel bewust niet meer te klagen en er nieuwe gewoontes voor in de plaats te zetten. Een soort afkickprogramma dus. Het komt er in het kort op neer dat je je aan een streng klaagdieet houdt en in de tussentijd aan een stappenplan werkt om weer constructief met je klachten om te gaan en op een andere manier aansluiting met anderen te zoeken. Je belangrijkste klachten herformuleer je tot wensen zodat het aantrekkelijk en makkelijker wordt er iets aan te doen. En omdat je niet meer mag klagen wordt je gedwongen op meer directe manier aandacht te vragen en te communiceren met de mensen om je heen.

Misschien realiseer jij je na lezen van dit artikel ook dat het tijd wordt om oude dromen te realiseren en meer bevredigende relaties met de mensen om je heen te onderhouden. In dat geval is onderstaand klaagdieet misschien wat voor je.
Of heb je nog iets beters te doen?

Het klaagdieet: klaagvrij in 5 stappen:

1. Beloof jezelf dat je in ieder geval tien dagen niet meer zult klagen.

2. Op momenten dat je klaagdrang echt groot is schrijf je dat op in een klaagboekje. Schrijf daarin kort je klacht op en ga vervolgens zonder er te lang stil bij te staan door tot de orde van de dag.

3. Op de laatste dag probeer je zicht op de bron van je geklaag te krijgen. Maak een klachten-topvijf van je belangrijkste klachten en geef een cijfer voor je motivatie er iets aan te doen.

4. Herformuleer die klachten waar je wat aan wilt doen in concrete en haalbare wensen. (In plaats van: ‘ik vind mezelf te dik’, zeg je: ‘ik wil graag een gewicht hebben van 65 kilo of minder’.) Beantwoord bij elke wens ook de volgende vragen: op welke manieren kun je dit doel behalen? Welke daarvan is het meest efficiënt? Wat is een reële tijdschatting?

5. Doe het!

Blog door Marcelino Lopez

Als twijfel de liefde bedreigd

In onze praktijk krijgen we veel vragen van mensen die te maken hebben met twijfel. Soms van twijfelaars zelf, vaker van mensen die het lijdend voorwerp van de twijfel zijn. De grote vragen zijn respectievelijk ‘hoe kom ik van mijn twijfel af?’ of ‘hoe ga ik om met de twijfel die mijn partner over mij heeft?’

De betekenis van twijfel
Twijfelen is allereerst een gezonde en natuurlijke activiteit die onlosmakelijk hoort bij leven. Vooral bij jongeren die minder ervaren zijn in liefde en relaties. Het is cliché, maar bij groei en ontwikkeling hoort nou eenmaal pijn, verwarring en twijfel. Vooral jongeren ontkomen er niet aan dat ze op liefdesgebied nog veel moeten ontdekken voordat ze goed weten wat bij ze past. Verkeerde beslissingen maken hoort daarbij. Leven en liefde is niet iets wat je moet controleren, maar waar je mee om moet gaan. Er zijn geen keiharde regels en het spel verandert steeds. Leren van nieuwe situaties en fasen is een levenslang proces. Als je die twijfel die daarbij hoort kunt accepteren kun je dalen beter zien aankomen en raak je er minder door van slag als je relatie af en toe op losse schroeven komt te staan.

De vicieuze cirkel van twijfel en onzekerheid
Twijfel in relaties is een moeilijk en ongrijpbaar ding. Het is geen wiskunde. De twijfelaar weet soms niet precies waarover hij twijfelt en andere gevoelens, zoals schuldgevoel of wrok, kunnen de twijfel nog verder kleuren. Ook het zelfvertrouwen van de andere partij wordt op de proef gesteld en kan voor een verstoorde vicieuze cirkel zorgen, waarbij het lijdend voorwerp van de twijfel alsmaar onzekerder wordt (en daardoor helaas ook vaak onaantrekkelijker voor de twijfelaar) die daardoor nog meer kan gaan twijfelen. En dat maakt de eerste weer onzekerder, enzovoorts.

Als je partner twijfelt kun je de logische neiging voelen om dit gebrek aan controle te compenseren door te ’trekken’ aan de ander, continu vragen ‘waarom’ deze twijfelt, herhalen hoeveel verdriet het je wel niet doet enzovoorts. Het zijn allemaal goede manieren om je partner onder druk te zetten en verder van je af te duwen.

Omgaan met een twijfelende partner
Dat je partner twijfelt hoeft geen slecht teken te zijn. Het kan zelfs zijn dat jullie er samen sterker uitkomen. Of dat gebeurt hangt, naast de inhoud en ernst van de twijfel, af van hoe ga jij met de twijfel omgaat en kun en wil en kan jij tegemoet komen aan wat je partner in jullie relatie denkt te missen?

Aan sommige twijfels en wensen is te werken, aan andere niet. Een andere persoonlijkheid kun jij bijvoorbeeld niet krijgen, als je partner dat verwacht dan is deze beter af met iemand anders. En jij ook trouwens. Veel mensen proberen zichzelf uit liefde voor de ander te transformeren tot iemand anders. Dit is een doodlopende weg. Behalve dat dit je steeds onnodig onzekerder en ongelukkiger maakt, zul je er zeker je relatie niet gezond door houden.

Weten wat je wel en niet kunt en wilt veranderen aan jezelf helpt je om te weten of een relatie überhaupt de moeite waard is. Als je partner wil dat je zijn hobby of interesses deelt, dan kun je daar best open voor staan (zeilcursusje meedoen, feestje meepikken), maar als hij verwacht dat jij een fanatiek zeiler of extraverte feestganger wordt terwijl dat niet bij je past, dan komen jullie allebei uiteindelijk van een koude kermis thuis.

Je hoeft in elk geval heus niet lijdzaam en passief toe te kijken hoe jouw partner alles bepaalt. Het is geen eenrichtingsverkeer en jij bent geen slachtoffer.

Wat te doen als je partner twijfelt

Tegen twijfel valt niet te vechten
Proberen je partner te overtuigen dat diens twijfel ongegrond is heeft bijna nooit zin. Een goede eerste zet is om de vicieuze cirkel te doorbreken door de ander – hoe pijnlijk en moeilijk ook – zijn of haar twijfel te gunnen. Het helpt hierbij om echt te beseffen dat jouw pogingen controle over de relatie te houden averechts werken. Gun je partner de twijfel en ga niet trekken of vechten. Accepteer het.

Zie het niet als een persoonlijke afwijzing
Zie je partners twijfel niet als een persoonlijke afwijzing aan jouw adres. Mensen willen nou eenmaal verschillende dingen uit een relatie. En daar heeft je partner, net als jij, recht op. Als deze uiteindelijk niet met je verder wil, dan betekent dat geenszins dat jij niet de moeite waard bent.

Wat kun je wel doen?

Vraag je partner wat maakt dat deze twijfelt en of jij daar iets aan kan doen?
Kijk daarna of je dat überhaupt zou willen? Het is goed als je partner eerlijk kan uitleggen waaruit diens twijfels bestaan, maar probeer niet de onderste steen boven te krijgen als iemand aangeeft het niet precies te weten. Laat het je partner eerst zelf maar ontdekken. Twijfelt hij aan iets waar jij iets aan kan en wil doen? Dan kun je dat bespreken.

Een time-out inlassen
Als je partner het echt even niet meer weet dan is het misschien tijd voor een wat grotere stap. Een officiële break inlassen, waarbij jullie afspreken een aantal weken of zelfs maanden geen contact te hebben. Het voelt waarschijnlijk als het laatste wat je wilt, maar de kans op een vrolijke uitkomst is veel groter dan wanneer je met zijn tweeën in de vicieuze cirkel van de twijfel blijft hangen. Je partner kan er op zijn eigen tempo achterkomen waarom hij twijfelt, en ook voor jou is deze geforceerde rust beter dan steeds geconfronteerd te worden met de ambivalentie van je partner. Misschien leer jij in de tussentijd ook wel een paar verrassende dingen over jezelf en jullie relatie. Door even zonder elkaar door het leven te gaan kun je allebei ervaren hoe dat is. Door verder ook geen druk op elkaar te leggen kan zo’n time-out vaak voor verrassende ontknopingen en inzichten zorgen. Misschien kom je er tijdens de rust erachter dat jij ook niet alles zo fantastisch vond. Het zou me zelfs niet verbazen dat je partner jou terugwil, maar dat jij niet meer hoeft. In het voor jou ergste geval komt de ander erachter dat ie echt niet meer verder wil. In elk geval is dat beter dan leven met een twijfelende partner.

Soorten twijfels
Hieronder verschillende soorten twijfelaars en wat jij kunt doen. (In de praktijk laat twijfel zich niet zo makkelijk in een hokje duwen en kunnen meerdere twijfels tegelijk spelen.)

Je partner is een onverbeterlijke twijfelaar
Het kan zijn dat jouw liefdesprins(es) gewoon een eeuwige twijfelaar is. Iemand die alles vanuit verschillende perspectieven ziet. In dat geval zul je moeten bepalen of (en in hoeverre) je deze eigenschap kunt accepteren. De twijfel heeft meer met hem- of haarzelf dan met jou te maken. Je kunt het herkennen als je partner op andere fronten (werk, studie, enzovoort) en in eerdere relaties ook een twijfelaar is (geweest). Als deze slechts af en toe over de relatie twijfelt, maar jou verder goed behandelt (jou niet nodeloos vernedert of vreemdgaat) dan is daar misschien best mee te leven. Leuk is natuurlijk anders, maar als het gepieker en getwijfel dusdanig creatief van aard is dat het jou af en toe ook nieuwe inzichten en inspiratie kan geven dan zijn er veel ergere partners te bedenken. Als de twijfel zo goed als chronisch is, dan is het misschien tijd voor een vaarwel.

Je partner is een perfectionist voor wie het nooit genoeg is
Sommige mensen zoeken in de liefde een droompartner die behoorlijk ver van de realiteit staat. Meestal gaat dat over met het ouder worden, maar helaas niet altijd. Een beetje dromen is leuk, maar soms kan de zoektocht naar de droompartner pathologisch worden en een relatie met een mens van vlees en bloed in de weg staan. Als je vermoedt dat jouw partner zo veeleisend is, dan zul je het gewoon nooit goed kunnen doen. Misschien moet jij jezelf dan afvragen waarom je eigenlijk zo aan hem of haar gehecht bent. Zo’n persoon is (onbewust) onredelijk in zijn wensen en gaat vooral uit van wat hij of zij wil.

Je partner heeft nog teveel wilde haren
Lijkt op bovenstaande voorbeeld. Heeft vaak ook met leeftijd te maken. Het kan zijn dat je partner zich (nog) niet wil of durft te binden, omdat deze bang is dat hij of zij een meer geschikte vriend(in) zal misloopt. Heel pijnlijk, maar neem het niet te persoonlijk. Jullie timing is verkeerd. Je partner heeft misschien nog maar weinig ervaring en weet niet wat er nog meer in de wereld te koop is. Als je het aankunt, is het beste advies: gun je partner diens vrijheid, maar laat blijken dat je niet van plan bent stil te zitten en passief thuis gaat zitten wachten. Je partner mag best voelen dat deze jou door alle twijfels kan verliezen. Bedenk: het heeft geen enkele zin iemand tegen zijn of haar wil in ‘vast te houden’ of schuldig te laten voelen. Misschien draait je partner bij, misschien ook niet.

Je partner heeft reële twijfels over de relatie en vindt dat jullie niet bij elkaar passen
Veel mensen vinden het belangrijk hun passies met hun partner te kunnen delen. Sport, interesses, hobby’s, invulling van vrije tijd enzovoorts. Partners wisselen in de behoefte aan deze uitwisseling. In sommige gevallen kun je elkaar best een beetje tegemoet komen, op andere vlakken is dit onbegonnen werk. Je kunt je misschien best wat meer interesseren voor waar hij mee bezig is, maar als hij of jijzelf verwacht dat je een andere persoon moet worden… stop maar. Iemands persoonlijkheid en diepere drijfveren kun je niet zomaar veranderen. Misschien passen jullie ook gewoon wel niet bij elkaar. Erg k#t, maar wel iets dat je moet accepteren.

Je partner twijfelt omdat deze meer ruimte en zelfstandigheid nodig heeft
Liefdespartners hebben vaak verschillende behoeftes en verwachtingen als het aankomt op hoeveel tijd ze met elkaar zullen doorbrengen. En hoe ze die met elkaar doorbrengen. Sommige mensen hebben meer ruimte voor zichzelf nodig dan anderen en dat kan tot problemen leiden wanneer de behoeftes teveel uiteen liggen. Of als de één zich afgewezen voelt door de onafhankelijkheidsdrang van de ander. Vaak zijn het de mannen die meer ruimte willen om hun eigen dingen te doen, maar ook andersom zie je het. Als jullie niet beiden bereid zijn tot een nobel compromis dan wordt het lastig. Het wordt echt een probleem als de een zich tekort gedaan of afgewezen voelt. Dit kan toch een vicieuze cirkel leiden waardoor de één steeds onafhankelijker wil worden en de ander juist uit onzekerheid gaat trekken.

Je partner heeft serieuze issues die een relatie moeilijk maken
Sommige worstelen zodanig met zichzelf dat ze het moeilijk vinden om voor twee te denken. Soms zijn er duidelijke issues, zoals een depressie, een psychische stoornis of verslaving. Soms zijn het minder serieuze dingen zoals weinig zelfvertrouwen. Hoe het ook zij, iemand die met zichzelf in de knoop zit, kan heel ambivalent in de relatie zijn. Aan de ene kant erg afhankelijk van liefde van anderen, aan de andere kant niet genoeg in staat veel te bieden. In dat geval zal iemand of samen met jou, of alleen aan de eigen problemen te werken. Het sluit een relatie niet uit, maar het maakt het lastiger. Vooral als jij als partner ook veel bevestiging en steun nodig hebt.

Je partner is iemand die de verantwoordelijk niet aan kan/wil van een normale relatie
Tot slot zijn er mensen die gewoon niet gemaakt zijn voor een relatie. Misschien willen ze het ergens wel, maar ergens ook niet. Het zijn de mensen die hun vrijheid niet kunnen en willen opgeven, zelfs als ze van je houden. Ze hechten meer aan de eindeloze wereld der mogelijkheden, dan aan de veiligheid van een relatie. Misschien dat het ooit anders wordt, misschien ook niet. Waarschijnlijk weten ze dat zelf ook niet. Als jullie daar geen gulden middenweg in kunnen vinden, en als je niet een heel lange adem dan kun je je maar beter op iemand richten die meer op jou lijkt.

In veel gevallen is het misschien iet zo duidelijk hoe jullie twijfels en persoonlijkheden op elkaar ingrijpen: dan kan relatietherapie uitkomst bieden.

Blog door Marcelino Lopez

Bindingsangst

Serieuze pathologie of gezonde twijfel? Iedereen is bekend met de term ‘bindingsangst’. Het wordt door leken vaak onterecht uitgesproken alsof het serieuze psychologische diagnose betreft. Het officiële Groene Boekje van de klinische psychologie (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) spreekt van een ‘reactieve hechtingstoornis’; een ontwikkelingsstoornis bij kinderen die van invloed kan zijn op relaties in het latere leven. Dat is andere koek.

De term bindingsangst klinkt nogal heftig en wordt vaak op veroordelende manier gebruikt. Vooral door mensen die er het ‘slachtoffer’ van zijn. Die zullen misschien geneigd zijn de term te pas en te onpas te slingeren naar iedereen die uiteindelijk niet met ze tot het gaatje gaat. Sommige mensen zijn inderdaad notoire twijfelaars, maar twijfel ontstaat altijd in interactie. Als iemand zich gedraagt als een veeleisende pitbull dan is bindingsangst gerechtvaardigd.

Hoewel er uitzonderingen zijn, is een beetje bindingsangst – je kunt het ook twijfel noemen – in eerste instantie erg nuttig. Zonder die angst loop je pas echt gevaar. Voor je het weet zit je gevangen in een slecht huwelijk.

Bindingsangst als excuus
De meeste ‘bindingsangstigen’ hebben moeite zich te binden omdat ze bang zijn mogelijkheden te missen: andere partners, levensdoelen, enzovoorts. De mensen die graag alle opties willen openhouden zijn meestal jongere mensen die willen weten wat er nog te koop is in de wereld. Dit soort bindingsangst wordt minder naarmate mensen weten wat er mogelijk is en welk soort relatie voor ze werkt.

Mensen die van het verleidingspel houden en er goed in zijn kunnen verslaafd raken aan de oneindige wereld van mogelijkheden. Zo’n verslaving kan wel even duren. Deze ‘succesvolle’ individuen zullen het verwijt ‘bindingsangst’ met een zelfgenoegzame glimlach beantwoorden, het is hun excuus om uit jullie verhouding te stappen. Als jij zo iemand tegenkomt dan kun je verwachten dat de twijfel af en toe de kop op zal steken en dat je stevig in je schoenen moet staan. Het jaloeziemonster ligt constant op de loer. Zelfs als ben je nog zo’n leuke aantrekkelijke partner.

Hechtingsproblemen
De bindingsangst waar psychologen over praten is sterker dan normale twijfel. Er zijn mensen die het om een of andere reden moeilijk vinden om hun lot te verbinden aan dat van andere mensen. Ze vertrouwen het gewoon niet. Vaak is dat omdat ze zich in hun vroege kinderjaren niet geborgen en veilig hebben gevoeld bij hun ouders of verzorgers. Zo’n kind zou de diagnose reactieve hechtingsstoornis kunnen krijgen. Deze diagnose valt onder de ontwikkelingsstoornissen en ontstaat in de eerste vijf levensjaren. Een onveilige relatie met de moeder en/of de vader of serieuze verwaarlozing in je kinderjaren drukt een sterke stempel op het basisvertrouwen dat je in mensen hebt. Deze kinderen voelen zich niet snel vertrouwd en intiem met iemand. Kinderen die eraan lijden gedragen zich vaak erg teruggetrokken of juist overdreven waakzaam. Relaties met anderen zijn vaak oppervlakkig en kort. De angst om verlaten te worden (separatie-angst) of de ander te teleurstellen gaat daar vaak mee samen. Hierom blijven de meesten vaak afstandelijk, en anderen juist overdreven aanhankelijk. Deze moeite met intimiteit en het gebrek aan vertrouwen is van invloed op latere liefdesrelaties.

Als deze partners niet bereid zijn hier iets aan te doen dan ben je helaas zonder beter af. Bindingsangst wordt minder naarmate er veel vertrouwen, ruimte en liefde in een relatie is. Claimen, verwijten maken, veroordeling, en deadlines stellen zullen over het algemeen geen veilige intieme sfeer creëren. Hoogstens meer angst en afstand.

Bij sommigen zit het helaas nog dieper: in de genen. Meer dan angst, zullen ze een onvermogen ervaren om zich verbonden te voelen. Sommige zullen die intimiteit en bijbehorend vertrouwen ook niet echt missen, ze voelen het gewoon niet. Verwacht ook geen beterschap.

Blog door Marcelino Lopez.

Ruzie maken heilzaam mits..

Conflicten zijn soms broodnodig om uit te praten wat je stoort aan je partner. Ga je die uit de weg, dan zal dat jullie vertrouwen in elkaar en de intimiteit niet ten goede komen. Ruziemaken met je hartendief is prima, als je het maar goed doet. Dit onderzoek bevestigt het maar weer eens. Sommige veelplegers hebben een prima relatie. Dat komt omdat zij met hun woorden en gedrag de ander niet nodeloos kwetsen en weinig schade achterlaten.

Als jullie ruzies een gewoonte zijn geworden en dusdanig toenemen in hevigheid dat jullie niet meer naar elkaar luisteren en daarna telkens met een onbevredigend gevoel moeten afdruipen, dan voorspelt dat weinig goeds. Helemaal als daar (verbaal) geweld bij komt kijken. Er is een goede kans dat deze vermoeiende ruziespiraal jullie uit elkaar zal drijven. Maar dat hoeft niet.

Er zijn relaties die gewoonweg lastig zijn, en die je niet zomaar van ‘binnenuit’ kunt repareren. Bijvoorbeeld omdat een van beide serieuze psychologische problemen heeft, of lijdt aan een alcohol- of drugsverslaving. Dan is er serieuze hulp nodig. Maar als je in een enigszins gelijkwaardige relatie zit dan kun je veel baat hebben door je aan deze communicatieregels te houden:

In het kort:
1. Vraag je af wat de achterliggende boodschap van zowel jijzelf als je partner is? Het zal vast over iets anders gaan dan het dopje dat niet op de tandpastatube zit. Bijvoorbeeld, dat je vind dat de ander maling lijkt te hebben aan dingen die voor jou belangrijk zijn en daar te weinig rekening mee houdt. Het kan daarbij goed zijn te beseffen dat de ander zich door hoe jij dit soort kwesties te berde brengt juist bemoederd en gecontroleerd voelt. Al je dat weet van elkaar dan kun je elkaar daarin tegemoet komen.

2. Breng je kritiek of boodschap op een behapbare manier. Door er nodeloos scheldwoorden, oude koeien, bedreigingen, veroordelingen for life en andere debatteertrucs aan toe te voegen saboteer je elke kans op een vrolijke uitkomst. Ook een eindeloze preek waarbij je alles erbij haalt wat er zijdelings mee te maken, maak je het voor je partner lastig: op welk deel van de boodschap moet deze reageren? Zal je net zien dat partnerlief precies ingaat op dat wat er helemaal niet toe doet: ‘Hoe kan ik nou naar bier hebben gestonken, ik had een flesje martini op.’ Grootste valkuil is om de achterliggende boodschap of wens te negeren omdat je gewoon je gelijk wilt halen.

3. Wees niet bang je eigen aandeel in de escalatie toe te geven. Die is er vast ook. Mensen die oprecht ‘sorry’ durven zeggen hebben betere relaties.

Blog door Marcelino Lopez.